Een nieuwe tuin

Met de lente in de lucht, is het heel verleidelijk om in de tuin te werken.
Nu hebben wij in het najaar al besloten dat we onze tuin flink gaan aanpakken en ook de eerste sloopwerkzaamheden hebben we al een aantal maanden geleden uitgevoerd. Nu is het tijd voor de afronding.

De vorige bewoners hadden onze (kleine) tuin voorzien van diverse hoogte verschillen. Omdat de tuin al niet echt groot is, maakte dat alles optisch nog kleiner en heel onfunctioneel. Een stukje voor planten, dat eigenlijk net te groot is om er leuke bloemen in te zetten. Een houten vlonder die te klein was om er een tafel met stoelen op te plaatsen. En een terras dat onderverdeeld was in tegels en kiezels.

En zo besloten wij om alles eruit te halen en overal gras te leggen. Het afbreken begon en de tuin werd een puinhoop. De herfst maakte plaats voor de winter en de kinderen kwamen niet meer in de tuin. De deur bleef dicht, het uitzicht op de tuin bedekt door een dunne gordijn. De rommel bleef buiten en er had niemand last van.

Twee weekenden geleden was de tijd aangebroken om alle grond en aarde eruit te graven. 9,5 m2 grond moest eruit. Een hele klus. Manlief en ik hebben een hele zaterdag gewerkt om alles eruit te graven. De kids mochten binnen blijven. Natuurlijk kregen ze de mogelijkheid om te helpen, maar daar zagen ze snel van af.

Toch bereikte de rommel onze bankhangende kids. En het humeur van onze oudste sloeg om.
Rommel en verandering zijn nou net die dingen waar hij slecht tegen kan.
Ondanks dat hij weet dat het beter wordt, kan hij moeilijk inzien dat het uiteindelijk goed komt. De puinhoop in de tuin, levert puinhoop in zijn hoofd. Spullen liggen waar ze niet horen, tuinstoelen staan op een andere plaats.
Rationeel gezien snapt hij dat het er uiteindelijk beter op wordt, maar ondanks dat kan hij de ergernis en overtollige prikkels niet kwijt. En prikkels die je niet kwijt kunt, worden uiteindelijk afgevuurd binnen ons gezin. ‘Gelukkig’ was alleen ik deze keer het mikpunt van zijn frustratie. En eerlijk… ik kan er inmiddels wel tegen. Maar ondanks dat is het natuurlijk nooit fijn, want op deze manier was ik niet alleen lichamelijk moe van alle arbeid, maar ook emotioneel moe van alle discussies.

Afgelopen zaterdag kon het opbouwen beginnen. We herstelden het terras, snoeiden alle struiken en legden grasmatten. Na een dag hard werken was het resultaat zichtbaar. Een ruime tuin, vol groen gras. Oudste kwam tot rust. Rust in de tuin, rust in zijn hoofd, rust in mijn emoties.

En nu kunnen we samen genieten van de mooie lentedagen in onze nieuwe tuin.

Advertenties

Wat worden ze groot

Vijftien jaar geleden bestond ons gezin nog uit twee personen. Spontane etentjes waren goed te doen en vakanties planden we zo weinig mogelijk. Onze gezinssamenstelling veranderde en opeens huppelden er drie kids in ons leven.

Natuurlijk gebeurde dat niet ‘opeens’, maar soms voelt het wel zo. Jaren lijken voorbij te vliegen en bij iedere kinderverjaardag verwonder ik mij opnieuw over hoe snel het allemaal gaat. Onze oudste wordt in de zomer vijftien. Jeetje, vijftien!
Het lijkt alsof ik ergens een paar jaren mis. De tijd gaat zo snel. Je knippert een paar keer met je ogen en ze zijn alweer groter, zelfstandiger en ouder.

Gelukkig heb ik alles heel bewust meegemaakt. Alle veranderingen, problemen en mooie momenten hebben we bewust meegemaakt. We hebben er van geleerd en van genoten. Het is prettig om te ervaren dat ze mij steeds minder nodig hebben. Dat betekent toch dat ik ergens iets goed gedaan heb. Ze kunnen zich staande houden in de wereld en in de samenleving. Daar doe je het als moeder toch uiteindelijk voor. Ze werken zelfstandig en nemen verantwoordelijkheid. Heerlijk.

Net zoals de afgelopen jaren zo snel voorbij zijn gevlogen, verwacht ik dat de komende jaren ook in een oogwenk langsflitsen. Even een snelle berekening. Onze oudste is vijftien, de andere elf en onze jongste inmiddels zes.
Over drie jaar (misschien zelfs al eerder) gaat de oudste niet meer mee op vakantie. En over zes jaar de andere ook niet meer. Maar over zes jaar is onze jongste ‘pas’ twaalf jaar. Snelle conclusie: over zes jaar gaan we nog maar met één kind op vakantie.

Wat een vreemde gedachte… Ik geniet nog altijd echt van onze gezamenlijke tripjes. Uitstapjes, weekendjes en vakanties zijn altijd van die echte gezinsmomenten. Even echt tijd voor elkaar. Eigenlijk best vreemd om dat over een aantal jaren niet meer zo te beleven.

Ach… laat ik maar niet te ver vooruit kijken. Nu beleven we onze gezinsvakantie gewoon nog samen. En geniet ik met volle teugen en heel bewust van al die dingen die wij samen beleven.

Werkende ouders

De vakanties zijn voorbij. Het nieuwe schooljaar is weer begonnen.
Behorende bij de regio Zuid, waren wij de laatste die een start maakte aan het schooljaar.
Terwijl vele van jullie al heelijk in het juiste ritme zitten, zijn wij nog volop aan het wennen en acclimatiseren.

schooltijdenDeze week waren dan ook de informatie avonden op de diverse scholen (ja, wij hebben wat scholen af te gaan tegenwoordig). Afgelopen maandag mocht ik op de te kleine bankjes van groep 3 plaats nemen. De juf vertelde vol enthousiasme over de ‘dingen’ die de kids dit jaar zouden leren. Ondanks dat ik natuurlijk voor de derde keer in groep 3 zit, valt mij op dat er wel heel ‘simpel’ gesproken wordt tegen ouders.
“De kinderen beginnen met de makkelijkste letters,” begon de juf haar verhaal. Volgens mij redelijk logisch, toch. We beginnen niet met de Q. Behalve dan voor Quincy, maar hij kan waarschijnlijk zijn naam al schrijven.
“Bij rekenen starten we met eenvoudige sommetjes tot 20,” werd er daarna verteld. Beetje sarcastisch; leren ze geen breken en percentages berekenen?

Maar goed, deze opmerkingen kon ik nog aan en een beetje giechelend met de moeder naast mij, kwamen wij de eerste helft van de introductie best goed door. Daarna kwam het gedeelte waarin ouders verzocht werden om te komen helpen. Helpen bij het lezen, helpen bij knutselen, helpen bij luizencontrole, helpen bij versieren, helpen bij uitstapjes, helpen, helpen, helpen. Met het thema: ‘samen werken en samenwerken’ werden alle ouders overgehaald om vooral te helpen.

Een schuld-gevoel borrelde in mijn buik. Ik slikte mijn frustratie weg en hield mijn mond.
Na een uurtje in de schoolbank, werden alle ouders verzocht zich naar de aula te begeven, waar de directeur nog een toespraak gaf. Ook hij kwam terug op het thema en het riedeltje van ‘helpen’ werd aangevuld met helpen bij de ouderraad, helpen in de MR, helpen in de moestuin, helpen met creatieve ideeën voor de knutselmiddagen, helpen bij het oudercafé, helpen, helpen, helpen.

Ik heb het woord ‘helpen’ nog nooit zo vaak gehoord als deze maandag avond.
Nu is er echt niets mis met helpen en om hulp vragen. Maar waarom wordt er geen rekening gehouden met werkende ouders?

Natuurlijk wil ik dol graag helpen. Samen met mijn zoon en zijn vriendjes iets leuks knutselen, een boekje lezen of ongedwongen met andere ouders deelnemen aan het oudercafé, maar als werkende moeder is dat voor mij niet mogelijk. Door het blijven herhalen van de hulp-vraag, borrelde het schuldgevoel verder omhoog. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat werkende ouders zich schuldig voelen dat ze überhaupt werken?

Toen ik de directeur daarop aansprak, was hij verbaasd. Er was nog nooit een ouder geweest die er iets van gezegd had (maar dat wil niet zeggen dat er niet meer ouders met hetzelfde gevoel rondlopen). Ik werd gelukkig als snel aangevuld door een andere werkende moeder, die met hetzelfde onderbuik gevoel rondliep. Ja, wij werken. Ja, wij zijn betrokken bij onze kinderen en bij hun onderwijs. Wij zijn ook aanwezig bij de informatie avond en wij luisteren aandachtig en reageren op datgene dat er gezegd wordt. Wij willen ook naar het oudercafé, maar niet op woensdagochtend. Wij willen ook helpen de klas te versieren, maar niet op vrijdagochtend. Wij willen helpen, maar kunnen niet tijdens schooltijden. Dan werken wij. Om na schooltijd er te zijn voor onze kids.

De directeur durfde zelfs te opperen dat we wellicht een dagje vrij konden nemen om te helpen. Hetzelfde geldt voor de 10 minuten gesprekken die er over een paar maanden weer aankomen. Het verzoek om dit in de avond te plannen, wordt meestal beantwoord met gezucht en gesteun. Ik moet mij al in allerlei bochten wringen om thuis te zijn tijdens vakanties en studiedagen. Met 40 schoolweken in een jaar, bijven er toch 12 weken over die een echte uitdaging zijn voor werkende ouders. Doe daarbij nog de studiedagen, en je komt al snel tot de conclusie dat je te weinig verlof dagen hebt.

Nu ben ik een werkende moeder. Hetzelfde geldt natuurlijk voor al die werkende vaders. Hoe leuk zou het zijn als ook de papa’s eens samen met hun kind iets kunnen doen op school? Werkende papa’s willen wellicht ook naar het oudercafé. Ze willen ook helpen bij het versieren van de klas of het onderhouden van de moestuin.

Ik houd heel veel van mijn kinderen en zie mijzelf als een betrokken ouder. Ik ben altijd thuis als de school uit is. Ik help bij het maken van het huiswerk. Ik teken en kleur, ik lees en bouw, ik knutsel en speel. We praten en lachen, we eten samen en besteden aandacht aan elkaar. Maar tijdens schooltijd, ben ik op mijn werk. Een direct oplossing heb ik niet. De schooltijden hoeven natuurlijk niet aangepast te worden, maar het zou fijn zijn als ouderactiviteiten wat meer in de avond gepland worden. En natuurlijk als (onze) leerkrachten iets meer begrip hebben voor de werkend ouder.

Gotta catch ‘em all!

“Waar gaan jullie naar toe?” vraagt een verbaasde buurvrouw.
Haar zoon en vriend stappen op de fiets en rijden weg.
“Naar de gym,” roept haar zoon over zijn schouder.
“Naar de sportschool?” vraagt ze verbaasd.
Haar zoon keert de fiets, komt terug en fiets een rondje om zijn moeder.
“Nee, naar de gym, mam. Je weet wel; Pokémon.” en weg is hij.

De buurvrouw kijkt mij verbaasd aan. Ik moet eerlijk bekennen dat ik direct wist wat hij ging doen en wat hij bedoelde.
‘Gym’ is een Pokémon term die regelmatig in ons huishouden valt.

landscape-1456483171-pokemon2Jaren geleden, toen onze oudste vier jaar was, kwam de Pokemon-rage in ons huis. Ontelbare keren werd de serie herhaald en ook  van de films kon hij geen genoeg krijgen. De rage breidde zich uit; Pokémon-knuffels, Pokémon-DVD’s, Pokémon-speeltjes en héél veel Pokémon-kaartjes. De hype zwakte langzaam af en na zo’n twee jaar was de lol er vanaf. Inmiddels kende en herkende ik alle Pocket Monsters.

En toen bereikte zoon twee de Pokémon leeftijd. De films werden opnieuw bekeken, de knuffels en speeltjes verhuisden een slaapkamer verder en er werden nog meer kaarten verzameld. En met al die herhaling, lukte met mij zelfs om de verschillende Pokemon aan hun silluet te herkennen. Ook deze keer duurde het zo’n jaar of twee. Waarna de rust in huis terugkeerde en de spelletjes niet meer afhankelijk waren van het aantal te vangen schattige diertjes.

En toen kwam zoon drie in dezelfde leeftijd. Aangezien de beide oudere broers de rage ontgroeit waren, werd er eigenlijk niet gesproken over Pokémon. Ondanks dat kwamen de Pokémon-kriebels toch ons huis in en niet veel later werden de knuffels, speeltjes en kaarten weer tevoorschijn gehaald. De DVD’s kwamen uit de kast en ons hele huishouden was wederom in Pokémon-stemming.
De oudere broers vonden het stiekem ook wel leuk en gezamenlijk begonnen ze aan de serie. Persoonlijk vind ik het wel schattig, dat de drie jongens, ondanks het enorme leeftijdsverschil, toch iets gevonden hebben dat ze samen boeit.

En nu… opeens is Pokémon echt ‘hot’. Niet alleen onze jongste stuitert door het huis bij het zien van een Pikachu, ook onze buurjongen (van inmiddels 19 jaar) wordt enthousiast van een Snorlax, Charmander of Mew. De officiële Nederlandse versie van de app is nog niet te krijgen, maar de Amerikaanse versie dwaalt al enkele dagen door Nederland. In het nieuws horen we berichten van jongeren die onopmerkzaam over het spoor wandelen. Geen veilige en wenselijke situatie.

Het positieve is dat kinderen en jongeren opeens weer buiten komen. Je kunt tegen Pokémon of digitale spellen zijn, maar laten we eerlijk zijn; kids komen zo wel buiten! We (volwassenen) kunnen ons verzetten tegen de digitale wereld en de online spellen vreemd, raar en eigenaardig vinden. Maar de jongere generatie groeit er mee op. Het nieuwe Pokémon Go is het eerste spel dat online gaming met buitenspelen combineert. Wat mij betreft een goede combinatie.

Stoer!

Ik snap het. Ik ben zelf ook puber geweest.
Je bent dertien jaar, de hormonen gieren door je lichaam en je wordt al boos als de kleinste haar verkeerd zit. Je kijkt op tegen de ‘grotere’ jongens en voelt je te ‘oud’ voor de ‘kleintjes’. Je wilt er zo graag bij horen, dat je er werkelijk alles voor over hebt. In die onmogelijke poging om er bij te horen, kies je heel bewust je kledingstijl, je accessoires en je nieuwe kapsel. Niets laat je aan het toeval over, over alles wordt nagedacht.

Eindeloos nagedacht zelfs. Je tobt over alles en durft geen keuzes te maken. Want terwijl je zelf een blauwe tas super mooi vindt, heb je gehoord dat zwart de nieuwste trend is. En dat terwijl op school die ene ‘stoere’ jongen toch echt een rode heeft. Ga je dan voor je eigen keuze? Voor de trend? Of volg je het voorbeeld? Het lijken de moeilijkste beslissingen die ooit in je leven gaat nemen.

Om mee te gaan met de groep, moet je bewijzen dat je er ook echt bij hoort. Buitenbeentjes worden niet geaccepteerd. Wellicht getolereerd, maar dat alleen zo lang ze niet in de weg lopen. Je bent een stoere jongen als je je stoer gedraaid. Maar wat nu als je graag tot die stoere jongens wilt behoren, maar het ontbreekt je aan dat stoere imago.

Dagelijks zijn er tal van jongeren die zich bewijzen ten opzichte van klasgenoten, leeftijdgenoten of lotgenoten. Er wordt iets gemold omdat andere dat van je verwachten, er wordt iets gestolen omdat andere dat van je eisen. Er worden brutale antwoorden gegeven omdat anderen daarom lachen. En terwijl dat jaren geleden nog stiekem gebeurde, moet nu alles op video staan en het liefst zo snel mogelijk op YouTube verschijnen (waar anderen er vervolgens nog harder om lachen).

Zoonlief hoort bij de categorie ‘buitenbeentje’. Eigenlijk niet zo vreemd; zijn gedrag en ‘achterstand’ in sociaal-emotionele ontwikkeling vallen duidelijk op en worden inmiddels door de groep geaccepteerd. Zo is hij en dat hoort bij hem. Daardoor valt hij buiten de groep ‘stoere’ jongens. Zelf vindt hij dit prima. Het idee dat andere jongens tegen hem opkijken en meiden als zoemende bijen om hem heen zweven, geeft hem de kriebels. Dus blijft hij gewoon zichzelf.

animatiemagazijn.phpGisteren vond een van zijn klasgenoten het nodig om hem uit te dagen. Het zal wel een soort van weddenschap of opdracht geweest zijn van de vaste clan. Geen idee, boeit ook niet. Feit is dat gedurende de lessen betreffende klasgenoot al behoorlijk aan het treiteren was, de knul besloot om zoonlief na school op te wachten en hem uit te dagen tot een gevecht. Zoonlief wilde echter liever het bekende ‘hazenpad’ kiezen, maar werd tegengehouden door omstanders. Er volgde een eenzijdig gevecht, waarbij de fiets van zoonlief de meeste klappen en trappen incasseerde. Zoonlief werd flink geraakt op zijn onderarm en een aantal keren op zijn bovenbenen. De woede kolkte omhoog en verzamelde zich in zijn linker vuist. Hij haalde één keer uit. Hard, gericht en met volle kracht raakte hij de wang van zijn tegenstander. De knul bleef beduusd achter, terwijl zoonlief naar huis fietste.

Ontdaan kwam hij thuis aan, belde mij met snikkende stem op en vertelde het verhaal. Kalmeren en geruststellen duurde uren.
De volgende dag durfde hij nauwelijks naar school, bang wat zijn klasgenoten van hem zouden denken. Bang dat hij weer aangevallen of getreiterd zou worden. Maar dat gebeurde niet. Hij wordt gezien als de held van de klas. Hij was namelijk diegene die het getreiterd negeerde, hij was diegene die zich niet liet uitdagen en hij was diegene die uiteindelijk met één uithaal direct het respect van de hele klas wist te winnen.

Ruzies, vechten; ik keur het niet goed. Maar stiekem ben ik toch een beetje trots op zoonlief. Want door zijn eigen weg te volgen, op zijn eigen manier te reageren, heeft hij nu toch het respect en de plek in de klas bemachtigd waar tal van kinderen op hopen.