#openup-week

Van 1 tot 4 mei organiseert 3FM samen met MIND de #openup-week. Daarmee willen wij meer aandacht vragen voor psychische klachten en de mogelijkheid om hier samen over te kunnen praten. Psychische klachten kan iedereen krijgen. Praten over je problemen helpt. Door jouw verhaal te delen, inspireer je ook anderen open te durven praten over hun klachten.

Al lange tijd praat en schrijf ik open over de de ADD en Asperger in ons gezin. Praten is belangrijk. Ik zie dat het praten met mijn kinderen voor iedereen een aanvulling is. Ze krijgen een beter eigen inzicht, leren dat verschillen niet vervelend hoeven te zijn en begrijpen beter waarom mensen niet allemaal hetzelfde reageren. Voor sommige is een psychische aandoening totaal geen ‘handicapt’ terwijl anderen het vreemd, lastig of zelfs onzin vinden. Samen praten helpt.

Ook ik leer veel van onze gesprekken. Door samen te praten, leer ik op een andere manier naar zaken te kijken. Een andere gedachte kan soms nieuwe inzichten geven. Niet iedereen denkt hetzelfde en dat merk ik ook bij mijn kinderen. Voor het ene kind zijn emoties heel logisch, terwijl het andere kind hier totaal niets van begrijp. Voor het ene kind is een plotseling verandering heel leuk, terwijl het andere kind hier helemaal hysterisch van wordt. In ons huishouden zijn de verschillen groot. Maar met praten en delen, begrijpen wij elkaar steeds beter.

Praten gaat verder dan alleen binnen ons eigen gezin. Over onze ervaringen schrijf ik regelmatig een blog, dat door vele gelezen en gedeeld wordt. Anderen kunnen hier kracht uit putten, tips uit halen of zich even niet zo ‘apart’ voelen.   Deze worden nog steeds door vele gelezen en geraadpleegd. Het delen van je ervarin

Eerder startte ik samen met Suzan en Janine de campagne Diagnose, heel normaal. Met de campagne wil ik duidelijk maken dat het normaal is om hulp te zoeken, het normaal is om het probleem te benoemen en het normaal is om hulp te krijgen bij je problemen. Het probleem zelf staat hier los van. Mensen moeten open over hun aandoening kunnen praten, waardoor er meer begrip ontstaat en iedereen zich geaccepteerd voelt. Diagnoses moeten uit de taboesfeer gehaald worden en iedereen moet op een normale manier hier over kunnen praten. Met negeren, er niet over te praten of je kop in het zand te steken wordt het niet beter.

Nu hoef je geen schrijfwonder te zijn om je verhaal te delen. Praten kan ook met vrienden, collega’s en familie. Gewoon tijdens een kopje thee. Praten is ook een stukje verwerking. Openheid naar jezelf helpt bij het accepteren en het beter begrijpen van je omgeving en jezelf. Dus praat, schrijf en vlog over alles dat je meemaakt. Deel je ervaringen met anderen en samen creëren we zo een wereld waarin psychische klachten en aandoeningen beter geaccepteerd worden.

MIND is een initiatief van Landelijk Platform GGz & Fonds Psychische Gezondheid/Korrelatie
www.wijzijnmind.nl

#diagnoseheelnormaal is een initiatief van Suzan Otten-Pablos, Janine Scherpenberg en Sterre Hunvie
http://www.diagnoseheelnormaal.nl

Ervaringsverhalen: “Leven met ADD” en “Chaos in je hoofd” en “De waanzin voorbij

Advertenties

Sociale druk?

Onze oudste heeft inmiddels het tweede jaar van het VMBO bereikt. Zijn inzet en gedrevenheid zijn ongekend en hij neemt het leren zeer serieus. Heerlijk om te zien, maar soms…..

Deze week staat in het teken van de proefwerken. TRAP week wordt het hier genoemd. Zoonlief heeft al twee weken voor aanvang zijn planning gemaakt en start met het studeren van de eerste vakken. Zeer gedisciplineerd leert hij iedere dag volgens zijn planning. Gedreven herhaalt hij elke lesstof om aan het einde van de dag met zijn boeken en schriften te vragen om een overhoring.

In een flashback vlieg ik terug in de tijd. Terug naar mijn eigen schooltijd.
Ook ik maakte altijd een planning. Keurig op papier (er was nog geen computer om dit op te plannen). Schriften vol schreef ik over vanuit de boeken. Vingers blauw van de inkt waren aan het einde van de dag een stille getuige van mijn harde werk. In de proefwerk week zette ik alles om mij heen in pauze-stand en studeerde ik dag en nacht. Sport sloeg ik over, mijn pianolessen werden verschoven. Vriendinnen zag ik even niet.
Aan het einde van de periode werd ik beloond met zesjes en zevens. Vol trots sloot ik de week af, om langzaam vooruit te plannen naar de volgende.

Tijden veranderen, kinderen veranderen. Toch zie ik diezelfde gedrevenheid en vastberadenheid terug. Zoonlief laat ook alles staan en concentreert zich volledig op de studie. Voetbal slaat hij over, afspraken worden verschoven. Hoewel hij gebruik kan maken van zijn laptop, gaat de voorkeur uit naar ouderwetse pen en papier.

Wat ik extra knap vind, is het weerstaan van de sociale contact momenten. Twitter, Facebook en Instagram worden volledig genegeerd. E-mails niet beantwoord en zijn WhatsApp een week lang niet bekeken. Hoe doet hij dat toch?
De hele wereld wordt gek van de sociale druk, kan niet zonder smartphone en is verslaafd aan het controleren van nieuwe berichten. Zoonlief kan uren naar het kleine scherm op zijn telefoon staren, behalve in de proefwerk week. Dan verdwijnen alle elektronische apparaten en worden ze volledig genegeerd. Niet omdat ik dat opdraag, maar uit eigen, vrije wil.

In zijn hoofd is een proefwerk week, ook echt een week om te leren. Hij kan alle afleidingen weerstaan en de sociale druk totaal negeren. En dit zijn de momenten waarop ik mij realiseer dat ook wij soms nog wat van onze ‘speciale’ kinderen kunnen leren.

Een nieuwe tuin

Met de lente in de lucht, is het heel verleidelijk om in de tuin te werken.
Nu hebben wij in het najaar al besloten dat we onze tuin flink gaan aanpakken en ook de eerste sloopwerkzaamheden hebben we al een aantal maanden geleden uitgevoerd. Nu is het tijd voor de afronding.

De vorige bewoners hadden onze (kleine) tuin voorzien van diverse hoogte verschillen. Omdat de tuin al niet echt groot is, maakte dat alles optisch nog kleiner en heel onfunctioneel. Een stukje voor planten, dat eigenlijk net te groot is om er leuke bloemen in te zetten. Een houten vlonder die te klein was om er een tafel met stoelen op te plaatsen. En een terras dat onderverdeeld was in tegels en kiezels.

En zo besloten wij om alles eruit te halen en overal gras te leggen. Het afbreken begon en de tuin werd een puinhoop. De herfst maakte plaats voor de winter en de kinderen kwamen niet meer in de tuin. De deur bleef dicht, het uitzicht op de tuin bedekt door een dunne gordijn. De rommel bleef buiten en er had niemand last van.

Twee weekenden geleden was de tijd aangebroken om alle grond en aarde eruit te graven. 9,5 m2 grond moest eruit. Een hele klus. Manlief en ik hebben een hele zaterdag gewerkt om alles eruit te graven. De kids mochten binnen blijven. Natuurlijk kregen ze de mogelijkheid om te helpen, maar daar zagen ze snel van af.

Toch bereikte de rommel onze bankhangende kids. En het humeur van onze oudste sloeg om.
Rommel en verandering zijn nou net die dingen waar hij slecht tegen kan.
Ondanks dat hij weet dat het beter wordt, kan hij moeilijk inzien dat het uiteindelijk goed komt. De puinhoop in de tuin, levert puinhoop in zijn hoofd. Spullen liggen waar ze niet horen, tuinstoelen staan op een andere plaats.
Rationeel gezien snapt hij dat het er uiteindelijk beter op wordt, maar ondanks dat kan hij de ergernis en overtollige prikkels niet kwijt. En prikkels die je niet kwijt kunt, worden uiteindelijk afgevuurd binnen ons gezin. ‘Gelukkig’ was alleen ik deze keer het mikpunt van zijn frustratie. En eerlijk… ik kan er inmiddels wel tegen. Maar ondanks dat is het natuurlijk nooit fijn, want op deze manier was ik niet alleen lichamelijk moe van alle arbeid, maar ook emotioneel moe van alle discussies.

Afgelopen zaterdag kon het opbouwen beginnen. We herstelden het terras, snoeiden alle struiken en legden grasmatten. Na een dag hard werken was het resultaat zichtbaar. Een ruime tuin, vol groen gras. Oudste kwam tot rust. Rust in de tuin, rust in zijn hoofd, rust in mijn emoties.

En nu kunnen we samen genieten van de mooie lentedagen in onze nieuwe tuin.

Terug in Nederland

De drie dagen in België zitten er op en onze oudste is weer terug in Nederland.

Zoonlief had zich aangemeld voor het uitwisselingsprogramma van 2 VMBO. Samen met 7 andere jongens en iets meer meiden (hij heeft ze niet geteld) vertrok hij woensdag naar een onbekende stad in België. Zijn tas gepakt, zijn haren gekamd; klaar voor het avontuur.

Geduldig wachtte ik op een berichtje, maar het bleef stil. Met ‘geen nieuws is goed nieuws’ stelde ik mijzelf tot rust, maar naar mate het later werd, werden de kriebels erger. Tja, ondanks zijn leeftijd, blijf ik een bezorgde moeder.
Om kwart over acht hield ik het niet meer en appte: “hoe is het daar?” Er kwam geen reactie.
Kwart voor negen piepte mijn telefoon en verscheen “Wel oké” op mijn display. Dat klonk niet echt enthousiast. Ik besloot om niet in te gaan op het negatieve en vooral het positieve te benoemen. Voorzichtig filteren wat ‘wel oké’ was en welk gedeelte een positiever bericht tegen hield.

vlag-belgie-vlaggen-uni-frieslandNa wat vissen bleek al snel dat hij een top dag gehad had. De Belgische leerlingen waren leuk, aardig en attent. Na schooltijd was hij uitgenodigd om naar Brussel te gaan, waar ze het Atomium, Manneke Pis en binnenstad bekeken hadden. Ze aten frietjes op de markt en hadden veel gelachen.
Verder logeerde hij bij een aardige jongen. En terwijl hij daar op de bank zat, realiseerde hij zich dat hij het nog niet eens zo slecht had in Nederland.

Ik durf eerlijk toe te geven dat mijn kinderen best verwend zijn. Ieder een eigen slaapkamer, een TV met Playstation en een tablet in huis voor ieder kind. Ons huis staat aan een rustige pleintje, waar alleen bestemmingsverkeer komt. We wonen dicht bij de voetbalclub (5 minuten fietsen), dicht bij de scholen( 7 minuten fietsen) en in de buurt van het centrum (10 minuten fietsen). We eten iedere avond een complete maaltijd (met groente en vlees) en kunnen ieder jaar op vakantie. Zijn Belgische medestudent had veel van deze luxe niet. In de woonkamer stond 1 tv voor het gehele gezin, de paar slaapkamers werden gedeeld en de fietstocht naar school duurde 45 minuten. De maaltijd bestond uit een bord overkookte bonen met een stukje kip.
Zoonlief realiseerde zich dat hij echt niet mocht klagen en dat het leven dat zo normaal lijkt, toch niet voor iedereen de standaard is.

Zo zie je maar, een paar dagen logeren in een ander gezin kan ogen openen en het eigen leven doen waarderen.
Mijn leerpuntje? Ik hoef mij niet zoveel zorgen te maken. In sommige opzichten is hij een doodgewone puber.

Naar België

Vanochtend is onze oudste vertrokken naar België. De komende dagen zal hij verblijven in een Belgisch gezin. Onze oudste doet namelijk mee aan een uitwisselingsprogramma.

Op het moment dat er aangekondigd werd dat er een uitwisselingsprogramma was voor de 2e jaars studenten van het VMBO, wist onze zoon het eigenlijk al zeker: hij deed mee.
Zoals vele wellicht weten, heeft onze oudste het Syndroom van Asperger. Niet dat dit een bezwaar is, absoluut niet. Maar wellicht begrijpen jullie dan beter dan het tijdelijk wonen in een ander gezin, een behoorlijke uitdaging kan zijn.

De afgelopen maanden is zoonlief behoorlijk gegroeid. Hij legt steeds beter verbanden, kan reacties voorspellen en kan beter reageren op getoonde emoties. De training en begeleiding van jaren begint zijn vruchten af te werpen. Maar daarover een andere keer meer. Nu bevindt hij zich dus in België. Samen met 10 andere leerlingen van het VMBO (nee, het zijn geen klasgenoten) en 2 begeleiders is hij vanochtend in de bus gestapt en vertrokken voor drie dagen België.

afbeelding3De komende dagen zal hij het Belgisch onderwijs volgen. In de vrije uren verblijft hij bij een gastgezin van een Belgische leerling. De jongens zijn al eerder aan elkaar gekoppeld en diezelfde leerling heeft al drie dagen bij ons gelogeerd.

Hoewel hij zich groot probeert te houden, bouwden de zenuwen zich duidelijk op in de afgelopen dagen. Zijn humeur werd iets grimmiger, zijn lontje iets korter. Maar hij wist zich staande te houden en wuifde alle zenuwen weg.
Vanochtend gaf hij eindelijk toe dat hij ietwat zenuwachtig was. Opeens was daar de bekende knuffel (die eigenlijk niet meer kan als je 14 bent, maar die je toch soms stiekem doet) en een fluisterend ‘ik vind het wel spannend, mam.
Ik knuffelde hem stevig en wenste hem veel plezier.
De woorden die ik wilde zeggen waren: ‘wat super knap dat je gaat‘, ‘wat dapper dat je dit durft‘ en ‘ik ben zo trots op jou‘. Woorden dit ik bewust niet uitgesproken heb. Niet omdat ik het niet meen, maar omdat hij op dat moment de gewone zenuwen voelt, die elke jongen van 14 jaar zou voelen als hij in een vreemd land, in een vreemd gezin en op een vreemde school zou aankomen. Het bezoek is – zonder zijn rugzak – al bijzonder genoeg. Op dat moment wil ik hem niet herinneren aan zijn extra bagage en de extra uitdagingen die er zijn. Nee, heel even is hij een gewone jongen, die gewoon meedoet aan een uitwisseling.

Maar ik typ dit natuurlijk met heel veel trots en nog meer bewondering, want wie had een jaar geleden nog durven hopen dat dit mogelijk zou zijn!!