#openup-week

Van 1 tot 4 mei organiseert 3FM samen met MIND de #openup-week. Daarmee willen wij meer aandacht vragen voor psychische klachten en de mogelijkheid om hier samen over te kunnen praten. Psychische klachten kan iedereen krijgen. Praten over je problemen helpt. Door jouw verhaal te delen, inspireer je ook anderen open te durven praten over hun klachten.

Al lange tijd praat en schrijf ik open over de de ADD en Asperger in ons gezin. Praten is belangrijk. Ik zie dat het praten met mijn kinderen voor iedereen een aanvulling is. Ze krijgen een beter eigen inzicht, leren dat verschillen niet vervelend hoeven te zijn en begrijpen beter waarom mensen niet allemaal hetzelfde reageren. Voor sommige is een psychische aandoening totaal geen ‘handicapt’ terwijl anderen het vreemd, lastig of zelfs onzin vinden. Samen praten helpt.

Ook ik leer veel van onze gesprekken. Door samen te praten, leer ik op een andere manier naar zaken te kijken. Een andere gedachte kan soms nieuwe inzichten geven. Niet iedereen denkt hetzelfde en dat merk ik ook bij mijn kinderen. Voor het ene kind zijn emoties heel logisch, terwijl het andere kind hier totaal niets van begrijp. Voor het ene kind is een plotseling verandering heel leuk, terwijl het andere kind hier helemaal hysterisch van wordt. In ons huishouden zijn de verschillen groot. Maar met praten en delen, begrijpen wij elkaar steeds beter.

Praten gaat verder dan alleen binnen ons eigen gezin. Over onze ervaringen schrijf ik regelmatig een blog, dat door vele gelezen en gedeeld wordt. Anderen kunnen hier kracht uit putten, tips uit halen of zich even niet zo ‘apart’ voelen.   Deze worden nog steeds door vele gelezen en geraadpleegd. Het delen van je ervarin

Eerder startte ik samen met Suzan en Janine de campagne Diagnose, heel normaal. Met de campagne wil ik duidelijk maken dat het normaal is om hulp te zoeken, het normaal is om het probleem te benoemen en het normaal is om hulp te krijgen bij je problemen. Het probleem zelf staat hier los van. Mensen moeten open over hun aandoening kunnen praten, waardoor er meer begrip ontstaat en iedereen zich geaccepteerd voelt. Diagnoses moeten uit de taboesfeer gehaald worden en iedereen moet op een normale manier hier over kunnen praten. Met negeren, er niet over te praten of je kop in het zand te steken wordt het niet beter.

Nu hoef je geen schrijfwonder te zijn om je verhaal te delen. Praten kan ook met vrienden, collega’s en familie. Gewoon tijdens een kopje thee. Praten is ook een stukje verwerking. Openheid naar jezelf helpt bij het accepteren en het beter begrijpen van je omgeving en jezelf. Dus praat, schrijf en vlog over alles dat je meemaakt. Deel je ervaringen met anderen en samen creëren we zo een wereld waarin psychische klachten en aandoeningen beter geaccepteerd worden.

MIND is een initiatief van Landelijk Platform GGz & Fonds Psychische Gezondheid/Korrelatie
www.wijzijnmind.nl

#diagnoseheelnormaal is een initiatief van Suzan Otten-Pablos, Janine Scherpenberg en Sterre Hunvie
http://www.diagnoseheelnormaal.nl

Ervaringsverhalen: “Leven met ADD” en “Chaos in je hoofd” en “De waanzin voorbij

Advertenties

Hoge pieken, diepe dalen

Niets is zo veranderlijk als het weer, zeggen ze vaak. Nou, ik weet nog wel iets dat binnen een paar tellen kan omslaan. Het humeur van mijn zoon.

Hugo zit inmiddels in het laatste jaar van zijn basisschool periode. Dat betekent dat er een hoop zaken afgerond worden, toesten gemaakt worden en nagedacht wordt over het voortgezet onderwijs. En dat valt niet mee. Voor ons – ouders – wel, maar het hoofd van mijn mannetje lijkt soms over te stromen.

Het basisschool advies is gegeven en de nieuwe school uitgezocht. We hebben de open dag bezocht en praten over de veranderingen die komen gaan. De ene dag is hij laaiend enthousiast, wil hij het liefst direct naar het voortgezet onderwijs, maar de andere dag is alles saai, stom en totaal niet leuk.

Gisteren was de inschrijfavond voor het VO. Ongeduldig wachtte hij tot het tijd was om te gaan. Opgewonden praatte hij over de klasgenoten die dezelfde keuze maakte en dapper sprak hij met een van de nieuwe leraren. “Wat wordt hij toch groot,’ dacht ik stiekem terwijl ik alles vanaf een afstandje bekeek.
Hij kan niet wachten totdat er een bureau op zijn kamer geplaatst word, wil eigenlijk de schoolboeken nu al ontvangen en weet precies welke laptop hij graag wilt hebben (deze is op het door ons gekozen VO verplicht). Hij heeft de schooltas al aangewezen en zoekt al naar stoere schriften en andere schoolspullen. Hij is er duidelijk aan toe en er ook echt klaar voor.

Maar dan gebeurd het… opeens slaat de stemming om. Hij zit op de bank, in elkaar gezakt, starend voor zich uit. Het duurt even voordat ik contact met hem kan maken. Hij is droevig, heeft nergens zin in, vindt alles stom en wil al helemaal niet praten over school (of wat dan ook).

School is niet het enige dat schommelingen in zijn humeur veroorzaakt. Hetzelfde zie ik gebeuren met voetbal trainingen. Het ene moment is hij lyrisch over alles dat met voetbal te maken heeft en het andere moment is het de stomste sport die je maar kunt bedenken. Hij gaat er ook zeker mee stoppen (op die momenten dan, want een paar minuten later is het weer super leuk en blijft hij het eeuwig doen).

Hoge pieken, diepe dalen kenmerken zijn humeur op dit moment. Er is geen tussenweg, geen rustig bergpad, geen middenweg. The sky is the limit of how low can you go. En dit wisselt sneller dan het weer. In een ommezwaai verandert mijn enthousiaste zoon in een doemdenker, maar ook anders om kan het net zo snel gaan. Ik hoef daar vrijwel niets voor te doen. Geen opbeurende gesprekken of remmende woorden. Hij doet het zelf.

Gelukkig is zijn emotionele toestand goed af te lezen aan zijn houding.
Ik begrijp heel goed dat de komende veranderingen een behoorlijke impact hebben.
Ik probeer hem maar zo goed mogelijk te helpen. Bij de pieken en bij de dalen. Als hij wilt praten kan dat en als hij even alleen tegen mij aan wilt liggen, dan kan dat ook.

Wat al die negatieve berichten met ons doen

Wat is er toch aan de hand met al die journalisten, schrijvers, bloggers en sprekers? Al jaren verschijnt het ene na het andere artikel over het gedrag van onze kinderen. En telkens weer is de ondertoon dat wij, ouders, het slecht doen. We laten onze kinderen ‘labelen’ (nog steeds vind ik dat persoonlijk een vreselijk woord, want het gaat om het stellen van een diagnose. Labels hangen bij ons aan een koffer), we maken ze afhankelijk van kinder-drugs en proppen ze vol met schadelijke voedingssupplementen. Maar hebben al die mensen zich wel eens afgevraagd wat al dat commentaar doet met de liefhebbende ouders?

Babs&Boris - 01Denken al die journalisten, schrijvers, bloggers en sprekers nu echt dat wij, ouders, het leuk vinden om toe te geven dat we niet weten hoe we verder moeten met de opvoeding met ons kind? Denken zij serieus dat wij, ouders, gekozen hebben voor een ‘ander’ kind? Persoonlijk had ik ook liever een ‘normaal’ kind gehad. Een kind dat past binnen het beeld van het hedendaagse mens, een kind dat leert zoals gemiddeld, een kind dat reageert zoals verwacht, een kind dat voelt zoals anderen en denkt als het ‘standaard’ kind. Maar zo’n kind heb ik niet. Ik heb een kind (of eigenlijk zelfs drie) met een ellenlange gebruiksaanwijzing, dat in alle opzichten ‘anders’ is. Een kind waarvoor ik mijn baan heb opgezegd, een kind waarvoor ik al mijn gedachten over opvoeding heb verandert, een kind dat ongelofelijk veel energie kost, een kind dat de wereld niet begrijpt, een kind dat zonder hulp, begeleiding en structuur niet kan functioneren. En samen met mijn kind leef ik in een egoïstische wereld, die het blijkbaar leuk vind om mij keer op keer erop te wijzen dat ik als moeder gewoon faal en dat mijn kind gewoon mijn fout is.

In tegenstelling tot de jaren tachtig kop-in-het-zand-als-we-er-niet-over-praten-gaat-het-wel-over-mentaliteit, zijn wij, ouders, ons nu veel bewuster van de het gedrag van ons kind. Wij zijn al behoorlijk inventief en creatief. Wij doen er heel veel aan om ons kind een passende opvoeding te bieden. Wij zoeken naar manieren om ons kind te helpen, begeleiden, coachen en ondersteunen. En als je na maanden, soms zelfs jaren, toch echt tot de conclusie komt dat je het niet zelf aan kunt, ga je heel voorzichtig hulp vragen. Persoonlijk vind ik die stap al heel dapper. Het zijn dappere ouders die durven toe te geven dat de opvoeding van hun kind hun boven het hoofd stijgt en dat ze hulp nodig hebben.

Babs&Boris - 02Wij hebben lange tijd aangemodderd en te lang gewacht met hulp zoeken. Wij zochten de fouten bij onszelf en probeerden echt alles om zoonlief binnen het keurslijf te persen. Totdat wij op een avond, met tranen in onze ogen, concludeerden dat wij het gewoon niet zelf aankonden. Familie en vrienden hadden ons al lang de rug toegekeerd, aangezien ons kind zo vreselijk kon reageren en wij meer tijd besteden aan hem dan aan sociale contacten. Leerkrachten zaten met hun handen in het haar en wendden zich tot ons voor een oplossing. Wij hadden alleen elkaar en waren aan het einde van onze ideeën en vooral onze energie. Om te voorkomen dat ons hele gezin er aan kapot zou gaan, namen wij de dappere beslissing om hulp te zoeken. Maar die hulp staat niet morgen op de stoep en het ‘probleem’ is ook niet overmorgen verholpen. Het gaat niet om een kapotte waterleiding die gemaakt moet worden, maar om een kind dat gewoonweg ‘anders’ is. Een kind dat veelal niet begrepen wordt, een kind dat meer nodig heeft dan een vast avondritueel om in slaap te vallen, een kind dat met buiten spelen zijn energie echt niet kwijt raakt, een kind dat zelfs met de ouderwetse Rust, Reinheid en Regelmaat nog overprikkeld is, een kind dat zonder extra hulp het zeker niet gaat redden.

Volgens als die journalisten, schrijvers, bloggers en sprekers is het een schande om je kind een ‘etiket’ op te plakken, het zou verboden moeten zijn om hem medicatie te geven en het is onbegrijpelijk dat er voedingssupplementen worden gebruikt. Nee, ouders moeten maar kritischer kijken naar hun manier van opvoeden, hulp vragen aan vrienden en familie en vooral het kind kind laten zijn. Maar tegelijkertijd is het schandalig dat datzelfde kind niet stil kan zitten, niet reageert zoals het hoort, niet voldoet aan de algemene verwachting.
Het is niet leuk als je kind een diagnose heeft. Het is niet stoer, niet aantrekkelijk en niet fijn; het is noodzakelijk. Zoonlief had veel problemen en niemand wist waar we het zoeken moesten. Na heel veel uitproberen, zoeken, falen, vallen en opstaan, wisten we – na het stellen van de diagnose – wat er precies aan de hand was en konden we dus ook gericht hulp bieden. Wij verschuilen ons niet langer achter excuses en durven het ‘probleem’ te benoemen.  Zoonlief hoeft zich niet te schamen voor het ‘anders’ zijn. Hij hoeft zich niet anders voor te doen, dan hij is (overigens, kan hij gewoon ook niet anders) Hij mag er openlijk over praten en vragen stellen. Zoals met alle andere dingen; alles is bespreekbaar in ons gezin. Wij leren onze kinderen dat iedereen anders is, wij respecteren iedereen en accepteren ze zoals ze zijn. Misschien zouden meer mensen dat moeten doen, want ik word zo droevig van al die berichten over hoe kinderen niet binnen de standaard passen en dat een probleem is. Alsof wij, ouders, niet al genoeg aan ons hoofd hebben met het opvoeden, begeleiden, sturen en coachen van onze kinderen. Alsof wij, ouders, niet al genoeg doen, veranderen, opofferen en aanpassen voor onze kinderen. Kunnen we al die dappere ouders niet gewoon eens een hart onder de riem steken en ze prijzen voor al hun energie en liefde die ze maar blijven stoppen in hun kind.

Dus, beste journalisten, schrijvers, bloggers en sprekers, voordat jullie weer een artikel schrijven over de onzin van diagnoses, de gevolgen van Ritalin, de negatieve effecten van Melatonine, zouden jullie eens willen nadenken over al die stappen die de ouders al genomen hebben voordat ze überhaupt om hulp vroegen? Willen jullie je eens inleven in al die ouders, die dapper genoeg zijn om toe te geven dat het ze allemaal te veel wordt? Willen jullie eens nadenken over de consequenties die er zouden zijn als al die kinderen niet geholpen worden? En willen jullie gewoon eens ophouden met al die dappere ouders zo’n kut-gevoel (sorry voor het woord, maar zo voelt het echt) te geven door ze keer op keer te bekritiseren over de opvoeding van hun kind? Dank je wel!

Risico’s van ADD medicatie

Over ADHD en het wel of niet gebruiken van medicatie is wederom veel te lezen en horen in de media. Sommige zijn absoluut tegen medicatie, terwijl anderen zich geen wereld zonder kunnen voorstellen. Ik schrijf deze blog niet om wie dan ook te overtuigen en zeker niet om iemand te kwetsen. Wel wil ik graag onze ervaring met jullie delen.

In januari maakte ik jullie deelgenoot van mijn zorgen rondom de acute torticollis van mijn zoon. In mijn blog Een overbezorgde moeder vertelde ik over de plotselinge nekklachten die Hugo had en de bezorgdheid die ik hierbij ervoer. Toen voelde het als overdreven alertheid en bood ik zelfs mijn excuus aan dat ik zo extreem reageerde. Nu, een aantal maanden later, denk ik dat mijn reactie nog aan de milde kant was.

De medicatie die voorgeschreven wordt voor de ADD van mijn zoon blijken niet zonder risico’s te zijn. Oké, elk medicijn heeft bijwerkingen en elke arts weegt de voor- en nadelen van medicatie af (tenminste, dat verwachten we). Maar is het wel reëel om van een arts te verwachten dat hij van elke medicatie de exacte bijwerkingen weet? En wat nu als de arts zelf ook niet alle informatie krijgt? En – erger nog – wordt elke bijwerking of neveneffect wel gemeld?

Toen ik contact opnam met de huisartsenpost en vermelde dat mijn zoon vreselijk pijn in zijn nek had en echt niet kon bewegen, werd mij gevraagd of hij medicijnen gebruikte. Ik meldde keurig dat hij ADD heeft en daar medicatie voor slikt. Echter, die zou niets met elkaar te maken hebben en dus bleven mijn eigen gedachten gericht op een mogelijke hersenvliesontsteking. Vorige week werd ik geattendeerd op een rapport van de Britse Geneesmiddelen Autoriteit uit 2010. Dit rapport werd pas in december 2013 gepubliceerd en is waarschijnlijk slechts door weinige gelezen. Het 130 pagina’s tellende rapport bespreekt ook de mogelijke bijwerkingen. Hieronder een klein stukje van het rapport.

risico Concerta

Vrij vertaald:
Er zijn verschillende bijwerkingen die serieus kunnen zijn en waarvoor je direct naar een arts dient te gaan. Het gaat hierbij om vaak voorkomende bijwerkingen (voorkomend bij 1 op 10 personen), zoals onregelmatige hartslag, gedragsverandering of verandering in de persoonlijkheid; minder voorkomende bijwerkingen (voorkomend bij 1 op 100 personen), zoals zelfdodingsgedachten of -gevoelens, dingen zien, horen of voelen die niet echt zijn, ongecontroleerde spraak en lichaamsbewegingen (Tourette), tekenen van allergie zoals uitslag, jeuk en bulten op de huid, zwelling van het gezicht, lippen, tong of andere lichaamsdelen, kortademig of astmatische ademhaling; zeldzame bijwerkingen (voorkomend bij 1 op 1.000 personen) zoals ongewoon opgewonden, overactief en ongeremd; en zeer zeldzame bijwerkingen (voorkomend bij 1 op 10.000 personen) zoals hartinfarct, plotseling overlijden, zelfmoordpoging, aanvallen (beroerte, spierkrampen, epilepsie), … of paars rode vlekken, ontstoken of geblokkeerde aderen in de hersenen, oncontroleerbare spiertrekkingen bij oog, hoofd, nek, lichaam en zenuwstelsel als gevolg van een tijdelijk gebrek aan bloedtoevoer naar de hersenen, afnemend aantal bloedcellen (rode, witte en plaatjes) met een hogere kans op infecties tot gevolg en sneller ontstaan van blauwe plekken en bloedingen, plotseling verhoging van de lichaamstemperatuur, zeer hoge bloeddruk en stuiptrekkingen. 

Een dergelijke waarschuwing staat ook in de bijsluiter, maar laten we eerlijk zijn, wie van jullie denkt bij het lezen van deze bijwerkingen dat zij daadwerkelijk die ene persoon uit de 10.0000 is die te maken krijgt met de zeer zeldzame bijwerkingen? Dit artikel lezend begreep ik opeens dat wij heel erg veel geluk gehad hebben. Mijn zorgen waren absoluut terecht. De zeer zeldzame bijwerkingen komen dan wel maar bij ‘slechts’ 1 op de 10.000 mensen voor, maar laat mijn zoon nu net die ene persoon zijn die daar gevoelig voor is. Als ik verder zoek op internet, kom ik erachter dat er meer mensen zijn met dezelfde ervaring, echter niemand heeft tot nu toe de link gelegd met de AD(H)D medicatie. Bij artsen gaat (nog) geen belletje rinkelen en het is dus best mogelijk dat de verhouding 1 op 10.000 mensen niet klopt en bijgesteld dient te worden. De acute klachten van mijn zoon zijn ook niet genoteerd en geregistreert als bijwerking van zijn medicatie, terwijl dit wel heel goed het geval zou kunnen zijn.

Ik ben niet tegen medicatie, de keuze om dit wel of niet te gebruiken mag ieder voor zichzelf maken. Het zou wel fijn zijn als er (door artsen en onderzoekers) kritische gekeken wordt naar de bijwerkingen en mogelijke effecten op langere termijn en dat deze bevindingen met ons gedeeld worden. Niet pas drie jaar nadat het ontdekt is, zoals het rapport van de Britse Geneesmiddelen Autoriteit (onderzoek 2010, gepubliceerd 2013). Het verbaasd mij ook dat er bij de behandeld arts en zijn collega’s van de huisartsenpost niemand zich zorgen maakten over de combinatie van het medicijn gebruik en beschreven klachten. In het Geneesmiddelenbulletin wordt ook over deze mogelijk bijwerking gesproken. De artikel hierover is in 2014 gepubliceerd onder de categorie ‘Let op!’, maar blijkbaar niet door elke arts opgepikt. De conclusie luidt: “Het is daarom goed er op bedacht te zijn dat bij het voorkomen van dergelijke symptomen geneesmiddelen, zoals methylfenidaat of dexamfetamine, ook verantwoordelijk kunnen zijn voor deze symptomen.” Er hadden dus tal van alarmbellen moeten afgaan toen ik vertelde dat hij die medicatie gebruikt. Maar in plaats daarvan werden mijn zorgen weggewuifd. Het had zo veel erger kunnen aflopen met mijn zoon. Moeten de artsen niet beter op de hoogte zijn van de risico’s? Moeten ook niet alle bijwerkingen beter geregistreerd worden, zodat we een reëel beeld hebben van de kans op een bijwerking? Mijn zoon is in ieder geval 1 van de 10.000 (maar volgens mij er zijn meer mensen met vergelijkbare verhalen)

Wij hebben inmiddels besloten om met de medicatie te stoppen. De voordelen zijn enorm en vooruitgang is duidelijk zichtbaar, maar ik kan en wil mijn kind niet langer blootstellen aan de negatieve effecten die deze medicatie heeft. De merkbare voordelen in zijn concentratie wegen niet op tegen de pijn van zijn eerdere nekkramp. Om over de mogelijkheid dat een van de andere bijwerkingen zou optreden maar even niet te spreken. Natuurlijk, het is goed mogelijk dat hij verder nergens last van krijgt, maar gezien onze ervaringen ga ik daar niet op gokken.

En hoe het nu verder moet met mijn zoon? Het heeft even geduurd, maar hij is inmiddels gewend aan geen medicatie. Zijn concentratie schommelt, maar is al beter dan enkele jaren geleden. Hij eet beter en slaapt beter, is weer mijn vrolijke, gekke zoon en we hebben allemaal geaccepteerd dat het soms net even anders gaat. En of dat altijd even makkelijk is? Nee, absoluut niet. Maar dat is een heel ander verhaal.

Voor het volledige rapport van de Britse Geneesmiddelen Autoriteit; klik hier.
Voor het artikel van het Geneesmiddelenbulletin; klik hier.

Retourtje Groningen

‘Even’ op en neer naar Groningen voor een gesprek? Mijn moeder kijkt mij verbaasd aan als ik haar vraag of zij een dag voor mijn kinderen wilt zorgen. Maar ze begrijpt al snel hoe belangrijk deze ontmoeting voor mij is. En zo rijdt zij 120 kilometer vanuit Zuid-Limburg naar Noord-Brabant en ik 220 kilometer van Noord-Brabant naar Groningen. De zon begeleidt mij onderweg en de vrolijke deun van Mark Ronson’s Uptown Funk blijft door mijn hoofd spelen.

Ik kijk uit naar onze ontmoeting, omdat ik zelf een beetje vastloop met de ADD van mijn man en zoon. De afgelopen jaren hebben we behoorlijk veel veranderd, geaccepteerd, geprobeerd en zelfs geschrapt. Momenteel gaat het goed met ze. Vergeleken met enkele jaren geleden, durf ik zelfs te zeggen; heel goed. Maar er zijn nog altijd ‘dingetjes’ die niet zo lekker gaan. En daarmee bedoel ik niet dat ze nog niet perfect zijn; ze zijn altijd al perfect geweest. Lekker zichzelf op een chaotische en dromerige manier. Daar wil ik ook zeker niets aan veranderen. Maar er zijn wel twijfels over onze eerder gemaakte beslissing ten opzichte van medicatie. Persoonlijk vind ik het niet erg om daar weer eens kritisch over na te denken. Jaren geleden hebben wij een beslissing genomen op basis van de op dat moment bekende gegevens. Inmiddels is er veel veranderd en hebben we ook nieuwe informatie, tijd om alles opnieuw te bekijken. Hetzelfde geldt voor de begeleiding op school en de reeds afgeronde therapie. Je zou kunnen zeggen dat we een evaluatiepunt in ons leven bereikt hebben. Vanuit het gesprek hoop ik nieuwe informatie te vinden of wellicht een andere manier van benaderen van ADD, om zo mijn twee mannen nog beter te begrijpen en nog beter te ondersteunen.

Keurig op tijd bereik ik de Universiteit van Groningen. Even dwaal ik door de gangen, maar de betreffende kamer is snel gevonden. Een poster van haar nieuwste boekcover prijkt op de deur. Trudy Dehue begroet mij vriendelijk.  Voordat we naar de kantine gaan, moet ze eerst haar pasje vinden. Haar tas wordt binnenstebuiten gekeerd, portemonnee herhaaldelijk bekeken en jaszakken gecontroleerd, om uiteindelijk – na een minuutje of vijf – het pasje terug te vinden in haar zak. Ze had het er alvast ingestopt. Ik word direct herinnert aan de chaotische zoekpogingen van mijn man als zijn huissleutels weer eens verdwenen zijn.

Afbeelding1Als we de kantine binnenwandelen, ontmoet ik mijn tweede gesprekspartner. Laura Batstra heeft ook tijd in haar agenda gemaakt voor een gezamenlijk gesprek. Ik voel mij vereerd dat beide dames mij willen ontvangen. Hoewel de ontmoeting tot stand is gekomen om een artikel te schrijven voor de nieuwe editie van de ADHD glossy Suzan!i, vind ik het stiekem ook best interessant om de mening van Laura en Trudy (ja, ik mag ze tutoyeren) te horen. Ter voorbereiding heb ik Trudy’s boek Betere Mensen gelezen en ook Hoe voorkom je ADHD? Door de diagnose niet te stellen van Laura heb ik uit. Hoewel ik de boeken begon te lezen met enige tegenzin (want volgens de laatste roddels zijn beide dames geen voorstanders van ADHD/ ADD), was ik al lezend als snel ‘om’. Niet dat ik direct hun mening klakkeloos overneem, maar ik word mij er meer en meer bewust van dat de wereld niet zo zwart/ wit is als wij vaak denken.

Trudy en Laura zijn namelijk niet ‘tegen’ ADD en ADHD; ze hebben hier een andere kijk op. En ze zijn ook niet tegen het stellen van een diagnose; ze vinden dat er breder gekeken moet worden dan alleen naar het gedrag van het kind. Ze vinden ook echt niet dat ouders van een ‘druk’ of ‘dromerig’ kind zich aanstellen en ze twijfelen ook zeker niet aan de zware last die ze dragen;  ze willen voor alle ouders en kinderen dat wat het beste voor ze is.

Het is een zeer interessante ontmoeting, met boeiende gespreksonderwerpen. De tijd vliegt en plots zijn er al twee uur voorbij. En of ik gevonden heb wat ik zocht? Het is een mooi artikel geworden en op persoonlijk vlak heb ik voldoende stof om over na te denken. Ik heb nog even nodig om alles een plekje te geven, maar ik ben zeker geraakt door hun woorden. Ik ben Trudy en Laura heel dankbaar voor het gesprek en het kijkje in hun ‘wereld’ van ADHD/ADD.

Tijdens de lange terugweg heb ik voldoende tijd om het hele gesprek nogmaals – in gedachte – te doorlopen. Hoewel ik regelmatig de indruk heb dat er twee kampen zijn als het over ADHD en ADD gaat, blijkt dit helemaal niet zo te zijn. Er is eigenlijk maar één groep mensen, mensen die zich inzetten voor meer begrip en acceptatie van iedereen die net iets anders is dan standaard. Alleen de benadering is anders, maar uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde; namelijk een samenleving waarin je kan en mag zijn wie je bent.

3822323Benieuwd naar ons gesprek? Dan moet je nog even wachten totdat de nieuwe Suzan!i verschijnt. Hierin staat een uitgebreid artikel, dat mede mogelijk gemaakt werd door mijn moeder. Mam, dank je wel dat jij een dagje voor de kids wilde zorgen.