Cito

De spanning stijgt. Zoonlief zit middenin de Cito week, of vergelijkbaar. De basisschool heeft gekozen voor een alternatief; Route 8. Toch blijft het even spannend als het gaat om het maken van toesten.

De tijd vliegt. Gevoelsmatig is het schooljaar net begonnen en opeens is het dan zover: de afsluitende toesten worden afgenomen. In tegenstelling tot jaren geleden, mag de aanmelding bij het voortgezet onderwijs niet meer afhangen van de toets-uitslag van de Cito. Het leerkracht-advies is reeds geweest. Evenals de open dag en de uiteindelijke inschrijving. De keuze voor het voortgezet onderwijs is gemaakt en nu is het wachten.

Wachten op de officiële bevestiging van acceptatie. Terwijl we wachten, komt de Cito om de hoek. De toets moet een bevestiging zijn van het eerder gegeven leerkracht-advies en toch is de spanning voelbaar. Vele kinderen maken zich toch een beetje zorgen. Want opeens wordt een heuse prestatie van ze verwacht.

Zo ook zoonlief. Terwijl de Paasdagen rustig verlopen, komt de spanning langzaam omhoog borrelen. Hij is zich zeer bewust van het belang (of onbelang) van de toets. Ook hij weet dat hij de inschatting niet kan dalen, wel kan stijgen. Dus de inschrijving voor het VMBO is zeker, nu alleen nog die bevestiging.

Leerlingen kunnen niet ‘omlaag’ gezet worden bij een negatieve uitslag. Daarentegen kunnen ze wel ‘omhoog’ geschaald worden bij een betere prestatie. Natuurlijk heeft de leerkracht dan wel het een en ander uit te leggen. Bedoeling is namelijk dat zowel het advies als de uitslag op elkaar aansluiten.

Zoonlief voelde de zenuwen in zijn lichaam. En zo zaten we samen op de bank. Rustig in gesprek over de voor- en nadelen van de toets, de inschrijving en de consequenties van de uitslag. Langzaam zag ik de spanning wegglijden en kon hij met een gerust hart beginnen aan zijn toetsen.

De basisschool heeft gekozen voor Route 8. Dit is een digitale, adaptieve toets die het taal- en rekenniveau van het kind meet. De toets wordt via internet afgenomen en duurt slechts twee à drie klokuren. Adaptief betekent dat de toets zich aanpast aan het niveau van het kind. Ieder kind doorloopt op deze manier een eigen route door de toets en maakt dus een unieke toets. Zo krijgen ze nooit teveel te moeilijke of juist te makkelijke vragen, maar ze worden wel altijd uitgedaagd. Dit werkt wel zo prettig en zo min mogelijk belastend.

De eerste dag zit erop. En het viel reuze mee. De vragen waren niet te moeilijk. Wat hij wel als erg negatief ervaren heeft, is de plek waar hij zat. Route 8 wordt op een computer gemaakt. Op de basisschool is er voor gekozen om de computers op te stellen in de gangen en aula. Ondanks de bordjes: Stilte is er nog altijd voldoende afleiding in het gebouw. Niet echt de ideale plaats voor een toets. En aangekomen op 1/3 van alle vragen, viel de internet-verbinding weg. Geen internet = geen toets.

Na veel nieuwe pogingen om in te loggen, hulp van de ICT-er en zelfs telefoontjes naar de Route 8 instantie kwam het besluit om de toets voor vandaag af te breken. “Ik moet morgen verder,” was zijn reactie. “Ik zat er net zo lekker in. Het ging zo goed.”
Een logische reactie. Uiteraard kan school niet voorzien dat er een internet storing is, maar jammer is het wel. De vraag is of zijn concentratie morgen net zo op-en-top is als vandaag. Laten we er maar positief naar kijken.

Gelukkig was er ook nog een hele aangename verrassing voor hem vandaag. De brief met de toelating tot de brugklas lag bij thuiskomst op de mat. En heel logisch: dat maakt het maken van de rest van de toets nog minder interessant.

info Route 8: https://route8.nl
Advertenties

Diagnoses, misverstanden en acceptatie

logo (3)Afgelopen vrijdag ben ik samen met anderen de campagne ‘Een diagnose, heel normaal’ gestart. Het meest gehoord bezwaar op onze campagne is dat een diagnose helemaal niet zo normaal is. En daar ben ik het helemaal mee eens. Mij laat het gevoel maar niet los dat wij allemaal hetzelfde doel nastreven. Ik denk dat er wat ruis is ontstaan in de communicatie, vandaar dat ik het graag toelicht.

Het gaat niet om het gedrag, de klachten of de aandoening. Het is niet normaal als je kind het Syndroom van Asperger heeft. Ik had ook als ouder veel liever een kind zonder diagnose gehad. Een gewoon, normaal, vrolijk, liefdevol, maatschappelijk geaccepteerd kind. Wat ik wel normaal vind, is om hulp te zoeken als het met normale aanpassingen niet lukt.

Zodra je vastloopt in je studie, werk, sociale contacten of je leven vind ik het normaal om hulp te zoeken. De vergelijking met brildragers en mensen met astmatische klachten hebben wij gemaakt vanuit het oogpunt hulp zoeken. Als woorden en beelden wazig worden en je hoofdpijn krijgt van langdurig ergens naar kijken, dan zoek je hulp. Een specialist zal onderzoeken uitvoeren en er wordt een conclusie getrokken. Als je problemen ondervindt op sociaal-emotioneel vlak (en dan praten we niet over een ruzietje of meningsverschil) of je psychische gezondheid, dan vind ik het ook normaal dat je hulp gaat zoeken. Helaas heb ik moeten vaststellen dat het zoeken van hulp van reguliere hulpverlening maatschappelijk geaccepteerd wordt, echter zodra je hulp zoekt voor psychische aandoeningen dan kom je al snel terecht in een taboesfeer.

Met de campagne wil ik duidelijk maken dat het normaal is om hulp te zoeken, het normaal is om het probleem te benoemen en het normaal is om hulp te krijgen bij je problemen. Het probleem zelf staat hier los van. Mensen moeten open over hun aandoening kunnen praten, waardoor er meer begrip ontstaat en iedereen zich geaccepteerd voelt. Diagnoses moeten uit de taboesfeer gehaald worden en iedereen moet op een normale manier hier over kunnen praten. Met negeren, er niet over te praten of je kop in het zand te steken wordt het niet beter.

Ik realiseer mij dat er ook mensen zijn die ten onrechte een diagnose hebben. Net zoals er mensen ten onrechte een uitkering krijgen en mensen ten onrechte arbeidsongeschikt verklaart worden. Voor mij hoeven kinderen niet onder een vergrootglas gelegd te worden. We hoeven niet kritisch te kijken naar hun gedrag en we hoeven niet te zoeken naar kleine afwijkingen of eigenaardigheden. Het gaat mij niet om de twijfelgevallen of profiteurs, het gaat om de mensen die echt problemen hebben. ‘Een diagnose, heel normaal’ is voor iedereen (kind en volwassenen) met een diagnose, want met een diagnose kun je verder.

Wat mij betreft wordt het tijd om psychische aandoeningen uit de taboesfeer te halen. Net zoals het niet erg is om een cardioloog te bezoeken bij hartklachten, moet het ook niet erg zijn om een psychiater te raadplegen bij psychische problemen. Hartproblemen zijn zeer ernstig en er is niets normaals aan, maar het vragen om hulp, bezoeken van een specialist en het krijgen van een behandeling daarvoor is wel geaccepteerd. Hetzelfde geldt voor psychische klachten. De klachten en de hinder die je ervan ondervindt, zijn niet normaal. Maar het zoeken naar hulp, begeleiding, therapie, training of medicatie moet wel normaal worden.

En dat maakt voor mij dat het normaal is om hulp te zoeken, om een specialist te vragen kritisch naar het gedrag te kijken en hier een conclusie aan te geven. Dat maakt voor mij ‘een diagnose, heel normaal’.