Nieuw boek komt eraan

Het heeft een hele tijd geduurd, maar mijn nieuwe boek komt er aan. De verhaallijn zat al lang in mijn hoofd. Diep geworteld en sluimerend wachten op het juiste moment om naar buiten te komen.

Een heftig verhaal, dat ik graag wil vertellen en dat mijn emotioneel raakt. Lange tijd durfde ik het niet te schrijven. Ik wilde het niet bewust beleven. Het niet ‘zien’. Toch bleef het stilletjes in mijn achterhoofd dwalen, wachtend op het moment dat ik het aankon.

Inmiddels staan de woorden op papier en krijgt de vorm. Een vorm die past. Maar dan komt de volgende stap. Durf ik het verhaal, mijn verhaal, ook te delen met de wereld? Het is heftig, persoonlijk, emotioneel en moeilijk. Maar nu het eenmaal op papier staat, denk ik dat ook de volgende stap gezet moet worden. Het is te mooi om niet te delen.

En zo… mijn nieuwe boek komt er aan.

Advertenties

Wat worden ze groot

Vijftien jaar geleden bestond ons gezin nog uit twee personen. Spontane etentjes waren goed te doen en vakanties planden we zo weinig mogelijk. Onze gezinssamenstelling veranderde en opeens huppelden er drie kids in ons leven.

Natuurlijk gebeurde dat niet ‘opeens’, maar soms voelt het wel zo. Jaren lijken voorbij te vliegen en bij iedere kinderverjaardag verwonder ik mij opnieuw over hoe snel het allemaal gaat. Onze oudste wordt in de zomer vijftien. Jeetje, vijftien!
Het lijkt alsof ik ergens een paar jaren mis. De tijd gaat zo snel. Je knippert een paar keer met je ogen en ze zijn alweer groter, zelfstandiger en ouder.

Gelukkig heb ik alles heel bewust meegemaakt. Alle veranderingen, problemen en mooie momenten hebben we bewust meegemaakt. We hebben er van geleerd en van genoten. Het is prettig om te ervaren dat ze mij steeds minder nodig hebben. Dat betekent toch dat ik ergens iets goed gedaan heb. Ze kunnen zich staande houden in de wereld en in de samenleving. Daar doe je het als moeder toch uiteindelijk voor. Ze werken zelfstandig en nemen verantwoordelijkheid. Heerlijk.

Net zoals de afgelopen jaren zo snel voorbij zijn gevlogen, verwacht ik dat de komende jaren ook in een oogwenk langsflitsen. Even een snelle berekening. Onze oudste is vijftien, de andere elf en onze jongste inmiddels zes.
Over drie jaar (misschien zelfs al eerder) gaat de oudste niet meer mee op vakantie. En over zes jaar de andere ook niet meer. Maar over zes jaar is onze jongste ‘pas’ twaalf jaar. Snelle conclusie: over zes jaar gaan we nog maar met één kind op vakantie.

Wat een vreemde gedachte… Ik geniet nog altijd echt van onze gezamenlijke tripjes. Uitstapjes, weekendjes en vakanties zijn altijd van die echte gezinsmomenten. Even echt tijd voor elkaar. Eigenlijk best vreemd om dat over een aantal jaren niet meer zo te beleven.

Ach… laat ik maar niet te ver vooruit kijken. Nu beleven we onze gezinsvakantie gewoon nog samen. En geniet ik met volle teugen en heel bewust van al die dingen die wij samen beleven.

Hoge pieken, diepe dalen

Niets is zo veranderlijk als het weer, zeggen ze vaak. Nou, ik weet nog wel iets dat binnen een paar tellen kan omslaan. Het humeur van mijn zoon.

Hugo zit inmiddels in het laatste jaar van zijn basisschool periode. Dat betekent dat er een hoop zaken afgerond worden, toesten gemaakt worden en nagedacht wordt over het voortgezet onderwijs. En dat valt niet mee. Voor ons – ouders – wel, maar het hoofd van mijn mannetje lijkt soms over te stromen.

Het basisschool advies is gegeven en de nieuwe school uitgezocht. We hebben de open dag bezocht en praten over de veranderingen die komen gaan. De ene dag is hij laaiend enthousiast, wil hij het liefst direct naar het voortgezet onderwijs, maar de andere dag is alles saai, stom en totaal niet leuk.

Gisteren was de inschrijfavond voor het VO. Ongeduldig wachtte hij tot het tijd was om te gaan. Opgewonden praatte hij over de klasgenoten die dezelfde keuze maakte en dapper sprak hij met een van de nieuwe leraren. “Wat wordt hij toch groot,’ dacht ik stiekem terwijl ik alles vanaf een afstandje bekeek.
Hij kan niet wachten totdat er een bureau op zijn kamer geplaatst word, wil eigenlijk de schoolboeken nu al ontvangen en weet precies welke laptop hij graag wilt hebben (deze is op het door ons gekozen VO verplicht). Hij heeft de schooltas al aangewezen en zoekt al naar stoere schriften en andere schoolspullen. Hij is er duidelijk aan toe en er ook echt klaar voor.

Maar dan gebeurd het… opeens slaat de stemming om. Hij zit op de bank, in elkaar gezakt, starend voor zich uit. Het duurt even voordat ik contact met hem kan maken. Hij is droevig, heeft nergens zin in, vindt alles stom en wil al helemaal niet praten over school (of wat dan ook).

School is niet het enige dat schommelingen in zijn humeur veroorzaakt. Hetzelfde zie ik gebeuren met voetbal trainingen. Het ene moment is hij lyrisch over alles dat met voetbal te maken heeft en het andere moment is het de stomste sport die je maar kunt bedenken. Hij gaat er ook zeker mee stoppen (op die momenten dan, want een paar minuten later is het weer super leuk en blijft hij het eeuwig doen).

Hoge pieken, diepe dalen kenmerken zijn humeur op dit moment. Er is geen tussenweg, geen rustig bergpad, geen middenweg. The sky is the limit of how low can you go. En dit wisselt sneller dan het weer. In een ommezwaai verandert mijn enthousiaste zoon in een doemdenker, maar ook anders om kan het net zo snel gaan. Ik hoef daar vrijwel niets voor te doen. Geen opbeurende gesprekken of remmende woorden. Hij doet het zelf.

Gelukkig is zijn emotionele toestand goed af te lezen aan zijn houding.
Ik begrijp heel goed dat de komende veranderingen een behoorlijke impact hebben.
Ik probeer hem maar zo goed mogelijk te helpen. Bij de pieken en bij de dalen. Als hij wilt praten kan dat en als hij even alleen tegen mij aan wilt liggen, dan kan dat ook.

Terug in Nederland

De drie dagen in België zitten er op en onze oudste is weer terug in Nederland.

Zoonlief had zich aangemeld voor het uitwisselingsprogramma van 2 VMBO. Samen met 7 andere jongens en iets meer meiden (hij heeft ze niet geteld) vertrok hij woensdag naar een onbekende stad in België. Zijn tas gepakt, zijn haren gekamd; klaar voor het avontuur.

Geduldig wachtte ik op een berichtje, maar het bleef stil. Met ‘geen nieuws is goed nieuws’ stelde ik mijzelf tot rust, maar naar mate het later werd, werden de kriebels erger. Tja, ondanks zijn leeftijd, blijf ik een bezorgde moeder.
Om kwart over acht hield ik het niet meer en appte: “hoe is het daar?” Er kwam geen reactie.
Kwart voor negen piepte mijn telefoon en verscheen “Wel oké” op mijn display. Dat klonk niet echt enthousiast. Ik besloot om niet in te gaan op het negatieve en vooral het positieve te benoemen. Voorzichtig filteren wat ‘wel oké’ was en welk gedeelte een positiever bericht tegen hield.

vlag-belgie-vlaggen-uni-frieslandNa wat vissen bleek al snel dat hij een top dag gehad had. De Belgische leerlingen waren leuk, aardig en attent. Na schooltijd was hij uitgenodigd om naar Brussel te gaan, waar ze het Atomium, Manneke Pis en binnenstad bekeken hadden. Ze aten frietjes op de markt en hadden veel gelachen.
Verder logeerde hij bij een aardige jongen. En terwijl hij daar op de bank zat, realiseerde hij zich dat hij het nog niet eens zo slecht had in Nederland.

Ik durf eerlijk toe te geven dat mijn kinderen best verwend zijn. Ieder een eigen slaapkamer, een TV met Playstation en een tablet in huis voor ieder kind. Ons huis staat aan een rustige pleintje, waar alleen bestemmingsverkeer komt. We wonen dicht bij de voetbalclub (5 minuten fietsen), dicht bij de scholen( 7 minuten fietsen) en in de buurt van het centrum (10 minuten fietsen). We eten iedere avond een complete maaltijd (met groente en vlees) en kunnen ieder jaar op vakantie. Zijn Belgische medestudent had veel van deze luxe niet. In de woonkamer stond 1 tv voor het gehele gezin, de paar slaapkamers werden gedeeld en de fietstocht naar school duurde 45 minuten. De maaltijd bestond uit een bord overkookte bonen met een stukje kip.
Zoonlief realiseerde zich dat hij echt niet mocht klagen en dat het leven dat zo normaal lijkt, toch niet voor iedereen de standaard is.

Zo zie je maar, een paar dagen logeren in een ander gezin kan ogen openen en het eigen leven doen waarderen.
Mijn leerpuntje? Ik hoef mij niet zoveel zorgen te maken. In sommige opzichten is hij een doodgewone puber.

Naar België

Vanochtend is onze oudste vertrokken naar België. De komende dagen zal hij verblijven in een Belgisch gezin. Onze oudste doet namelijk mee aan een uitwisselingsprogramma.

Op het moment dat er aangekondigd werd dat er een uitwisselingsprogramma was voor de 2e jaars studenten van het VMBO, wist onze zoon het eigenlijk al zeker: hij deed mee.
Zoals vele wellicht weten, heeft onze oudste het Syndroom van Asperger. Niet dat dit een bezwaar is, absoluut niet. Maar wellicht begrijpen jullie dan beter dan het tijdelijk wonen in een ander gezin, een behoorlijke uitdaging kan zijn.

De afgelopen maanden is zoonlief behoorlijk gegroeid. Hij legt steeds beter verbanden, kan reacties voorspellen en kan beter reageren op getoonde emoties. De training en begeleiding van jaren begint zijn vruchten af te werpen. Maar daarover een andere keer meer. Nu bevindt hij zich dus in België. Samen met 10 andere leerlingen van het VMBO (nee, het zijn geen klasgenoten) en 2 begeleiders is hij vanochtend in de bus gestapt en vertrokken voor drie dagen België.

afbeelding3De komende dagen zal hij het Belgisch onderwijs volgen. In de vrije uren verblijft hij bij een gastgezin van een Belgische leerling. De jongens zijn al eerder aan elkaar gekoppeld en diezelfde leerling heeft al drie dagen bij ons gelogeerd.

Hoewel hij zich groot probeert te houden, bouwden de zenuwen zich duidelijk op in de afgelopen dagen. Zijn humeur werd iets grimmiger, zijn lontje iets korter. Maar hij wist zich staande te houden en wuifde alle zenuwen weg.
Vanochtend gaf hij eindelijk toe dat hij ietwat zenuwachtig was. Opeens was daar de bekende knuffel (die eigenlijk niet meer kan als je 14 bent, maar die je toch soms stiekem doet) en een fluisterend ‘ik vind het wel spannend, mam.
Ik knuffelde hem stevig en wenste hem veel plezier.
De woorden die ik wilde zeggen waren: ‘wat super knap dat je gaat‘, ‘wat dapper dat je dit durft‘ en ‘ik ben zo trots op jou‘. Woorden dit ik bewust niet uitgesproken heb. Niet omdat ik het niet meen, maar omdat hij op dat moment de gewone zenuwen voelt, die elke jongen van 14 jaar zou voelen als hij in een vreemd land, in een vreemd gezin en op een vreemde school zou aankomen. Het bezoek is – zonder zijn rugzak – al bijzonder genoeg. Op dat moment wil ik hem niet herinneren aan zijn extra bagage en de extra uitdagingen die er zijn. Nee, heel even is hij een gewone jongen, die gewoon meedoet aan een uitwisseling.

Maar ik typ dit natuurlijk met heel veel trots en nog meer bewondering, want wie had een jaar geleden nog durven hopen dat dit mogelijk zou zijn!!